BMD NIEUWSBRIEF                                                                                                                                                                         JULI 2010


 

Geachte relatie,

 

In deze nieuwsbrief vindt u een selectie van artikelen over de effecten van innovatie op de economie, het belang van continuďteit in het management na een overname, selectie van interim managers en de samenwerking tussen zzp’ers.

 

Aan voorstellen om de economie van NL te versterken is geen gebrek. De volgende interessante onderwerpen komen aan bod:

Deze onderwerpen worden in de volgende artikelen besproken:

Heeft u vragen over bovenstaande onderwerpen of suggesties voor onze nieuwsbrief? Wilt u een relatie of bekende aanmelden of zich afmelden voor deze nieuwsbrief? Bent u in het bezit van een persoonlijk e-mailadres in plaats van een postadres? Laat het ons weten via boodt@boodt.com of bel naar 078 69 909 75.

 

Met vriendelijke groet,

 

Kees Boodt

 


 

Overnames

 

Te koop

 

Gezocht

Zie www.bedrijfsovernameplein.nl voor enkele profielen van bovenstaande bedrijven.

 

Een aantal opdrachten zijn uit concurrentie-overwegingen niet weergegeven. Telefonisch contact met Boodt Management Deelneming geeft u inzicht in alle mogelijkheden.

 


 

DSM-topman tijdens Industriepoort bijeenkomst 7 april 2010: Meer geld naar R&D

 

Keuzes maken om niet aan concurrentiekracht in de boeten. We horen het de laatste tijd vaker en nu ook van Feike Sijbesma, CEO van chemieconcern DSM. Sijbesma deed tijdens Industriepoort, het netwerkevenement voor politici en de technologische industrie, een dringend beroep op de aanwezige politici om niet te bezuinigen op innovatie.

 

Investeren in research en development (R&D) moet, ook in de komende magere jaren, aldus Sijbesma. “Niet bezuinigen op je motor. Er moet zelfs meer geld bij. Tegelijkertijd dienen keuzes gemaakt te worden. Waarin willen wij als land excelleren? Die keuzes moeten we maken voor langere tijd. Het kost tien of twintig jaar om ergens sterk in te worden.”

 

Die keuzes moeten worden ingebed in sociaal beleid, hield Sijbesma zijn gehoor voor. Hij doelde daarbij onder meer op flexibilisering van de arbeidsmarkt en op het mogelijk maken om topdocenten- en onderzoekers aan te trekken. Het maken van keuzes heeft ook geografische implicaties. “Om kennis en bedrijfsmatigheid te combineren moeten we toe naar zo’n vijf of zes campussen, geen twintig.”

 

Innovatieplatform

Dergelijke ingrijpende keuzes - waar gaat in de komende tien, twintig jaar de aandacht en het geld naar toe - vragen volgens de DSM-topman om een politiek overstijgend orgaan, een soort Innovatieplatform 2.0. “Het maken van de keuzes overstijgt de politiek. Daar moet het bedrijfsleven bij betrokken worden om een lijn uit te stippelen die meerdere kabinetsperioden standhoudt.”

 

Bijval politieke partijen

Sijbesma ontving veel bijval, ook van de aanwezige vertegenwoordigers van de grote politieke partijen. Zij haastten zich te zeggen dat hun partij niet de intentie heeft om op innovatie te bezuinigen. Maar lieten daarbij buiten beschouwing of ze bereid waren om juist extra te investeren in R&D.

 

Keuzes maken vraagt om balans houden tussen specifiek en generiek beleid, concludeerden de aanwezigen, waarop FME-voorzitter Jan Kamminga de politici op het hart drukte om de innovaties die er zijn te ondersteunen door op lokaal, regionaal en landelijk niveau hun rol van ‘launching customer’ op zich te nemen. Kamminga: “Dat verlaagt de kostprijs en verbetert de concurrentiekracht van de sector.”

 

R&D en productie niet doorknippen

Uiteraard kwamen in de diverse opmerkingen en vragen ketensamenwerking, de rol van Europa en de opkomende economieën aan bod. In dat verband wees Sijbesma er nadrukkelijk op R&D en productie niet door te knippen. “Dat is een gevaarlijke ontwikkeling. R&D heeft de productie nodig om innovatief te blijven. Een deel van de industriële productie moet daarom in Nederland blijven.”

 


 

Innovatieplatform presenteert economische agenda 2020

De economische kracht van Nederland kan sterk verbeterd worden. Dat zegt de Werkgroep Concurrentiekracht van het Innovatie- platform. Door scherp te kiezen voor sterke economische sectoren met goede internationale kansen, extra te investeren in onderwijs en innovatie kan - een combinatie met noodzakelijke hervormingen – de economische groei hoger uitvallen dan de 1,75% die het CPB heeft voorspeld.

 

De Werkgroep pleit voor een modern industriebeleid waarin Nederland gericht voortbouwt op zijn sterke punten: innovatieve sectoren, de dienstensector, een sterke internationale oriëntatie en handelsgeest. Dit staat te lezen in het rapport Nederland 2020, terug in de top 5. De economische agenda: innovatief, internationaal en involverend. Het is het laatste rapport dat het Innovatieplatform uitbrengt en het is te downloaden via www.innovatieplatform.nl

 

De Werkgroep Concurrentiekracht constateert dat het bedrijfsleven meer bereid is te investeren in R&D als de overheid langjarige zekerheid biedt over de terreinen waarop het innovatie wil ondersteunen.

 

Sectoren waar Nederland sterk in is en die een groei- en innovatieperspectief bieden, zijn sleutelgebieden als high tech systemen en materialen, flowers & food, creatieve industrie, chemie en water. Onder dit laatste gebied valt ook de maritieme sector. Ook dienstensector (banenmotor) en delen van de sector duurzame energie (bioketen en wind op zee) worden genoemd.

 

Samenvatting economische agenda 2020

 

1. Modern industriebeleid:

- intensiveer sleutelgebiedenaanpak

- breng meer focus, samenhang en regie in onderzoeks

- en innovatiebeleid en maak langjarige keuzes (10-20 jaar) voor innovatieterreinen

- versterk ontwikkeling 5-6 innovatiecampussen

- ontwikkel innovatieproeftuinen met overheid als launching customer

 

2. Internationale bedrijven en export:

- werf 100 kennisintensieve bedrijven

- trek gericht internationaal talent aan

- versterk de branding, het 'merk Nederland'

 

3. Ondernemende cultuur:

- meer aandacht voor ondernemerschap in onderwijs

- meer ruimte voor bedrijven om te ondernemen en te groeien

 

4. Innovatieve dienstensector:

- versterk kennisinfrastructuur diensteninnovatie

- stimuleer groei en export van diensten

 

5. Betere randvoorwaarden:

Versterk het onderwijs en de kennisinfrastructuur, moderniseer de arbeidsverhoudingen en verhoog de participatie van vrouwen, ouderen en allochtonen, en zorg voor een excellente basisinfrastructuur en goedkope energie voor bedrijven en een faciliterende en stimulerende overheid.

 

Volgens Scheepsbouw Nederland legt deze economische agenda een goede basis voor de nieuwe Maritieme Innovatie Agenda. Deze agenda wordt momenteel opgesteld door de zeevaart, de maritieme maakindustrie, de offshore services, de binnenvaart en de havens. Een prominente rol is weggelegd voor de kennisinstellingen.

 


 

Fusies en overnames veroorzaken uitstroom topmanagers

 

Na een fusie of overname wordt een organisatie in de regel geconfronteerd met een grote uitstroom van topmanagers. Dit constateert Jeffrey Krug, verbonden aan de Virginia Commonwealth University te Richmond.

 

Bedrijven raken gewoonlijk jaarlijks zo`n 10% van hun topmanagement kwijt. Na een fusie of overname verdrievoudigt dat aantal echter in het eerste jaar naar zo`n 32%. In de negen daaropvolgende jaren zal de organisatie nog eens 19% van het topmanagement zien vertrekken. Volgens Krug heeft het grote verloop onder meer te maken met de aard van de fusieonderhandelingen.

 

Deze is immers bepalend voor de manier waarop fuserende topmanagementteams na de overname samenwerken. Onvriendelijke overnames zetten kwaad bloed bij zittende topmanagers, wat vaak overslaat op topmanagers die jaren later bij het bedrijf komen werken. Een bod van buitenstaanders of een vijandige overname lijkt minimaal 7 jaar lang ‘schadelijk’ te zijn en het verloop te bepalen. Ook de performance van het over te nemen bedrijf voor de fusie is een belangrijke voorspeller van de continuďteit van het management.

 

Bron: Management Executive (april 2010).

 


 

Interim manager moet evenwichtig en machtsbekwaam zijn

 

Een interim manager moet onder meer evenwichtig en machtsbekwaam zijn, zo blijkt uit een proefschrift van Jaap Schaveling. Hij onderzocht de succesfactoren voor interim management opdrachten. Hij heeft het proefschrift verdedigd aan de Universiteit van Nyenrode.

 

Schaveling concludeert dat charisma en extraversie van de interim manager weinig tot geen invloed hebben op het welslagen van de klus. Ook de zwaarte van de opdrachtgever, en werken aan vertrouwen binnen de organisatie zijn niet heel belangrijk. Het blijkt zelfs een negatieve invloed te hebben als de interimmer wordt gekozen na een uitgebreide voorselectie. Het is tevens niet aan te raden om de inkoopafdeling te betrekken bij de selectie. Schaveling verstaat onder evenwichtigheid dat de interimmer zelfvertrouwen en emotionele stabiliteit bezit en dat ook onder stressvolle omstandigheden kan handhaven.

 

De ervaring en kennis van de interim manager moeten aansluiten op de opdracht, en hij moet werken op basis van een planmatige aanpak waarbij realistische doelen en tijdframes worden opgesteld en via een voortgangsrapportage worden bewaakt.

 

Bron: Express.be (15 juni 2010).

 


 

Vertrouwen zzp’er gedaald: samenwerking juiste antwoord

 

Het vertrouwen van de zzp’er in de Nederlandse economie en in de eigen onderne- ming is gedaald. 56% van de zzp’ers werkt incidenteel of structureel samen en ziet samenwerking als het juiste antwoord op de crisis: 63,5% geeft aan hierdoor meer en grotere opdrachten binnen te halen. ZZP Barometer is de onderzoeksmonitor over en voor zzp’ers, freelancers en zelfstandig ondernemers. Maandag wordt het tweede kwartaalrapport gepubliceerd. Dit kwartaal stond het thema ‘Samenwerken met collega-ondernemers’ centraal.

 

Het onderzoek is afgenomen onder het ZZP Panel, dat uit 1.231 zelfstandigen uit 15 verschillende branches bestaat. Gebleken is dat de tarieven van de zzp’er nog steeds onder druk staan, hetgeen af te lezen valt aan het verschil tussen het verwachte uurtarief en het gefactureerde uurtarief. De gemiddelde omzet per zzp’er is nagenoeg gelijk gebleven, echter is de winst gemiddeld met 17,6% gedaald en is het aandeel potentiële bedrijfsbeëindigingen gestegen van 2,7% naar 4,1%. Daartegenover staat dat 74% van de zzp’ers een financiële reserve heeft opgebouwd, waarbij 58,2% aangeeft dat hij hiermee een periode van 6 maanden of langer zou kunnen overbruggen.

 

Samenwerking juiste antwoord in crisistijd

Een meerderheid (56%) aan zzp’ers geeft aan incidenteel of structureel samen te werken met collega-ondernemers. De zzp’er zoekt doelgericht naar collega-ondernemers om mee samen te werken en opereert daardoor niet vaak alleen. Samenwerken is een absolute trend onder zzp’ers in Nederland.

 

Bijna tweederde de structurele samenwerkers geeft aan hierdoor in staat te zijn grotere opdrachten binnen te halen. De meerderheid van alle panelleden is het er over eens dat samenwerking onder andere bijdraagt aan persoonlijke ontwikkeling en het eenvoudiger verkrijgen van multidisciplinaire en/of grotere opdrachten. Van de deelnemers die aangaven niet samen te hebben gewerkt gaf 47% aan hier wel positief tegenover te staan.

 

Tenslotte zijn de verschillen tussen diverse groepen zzp’ers opvallend:

 

Bron: Tweede ZZP Barometer rapport online VICTORMUNDI.COM! met als thema ‘Samenwerken met collega-ondernemers’.