BMD NIEUWSBRIEF                                                                     JUNI 2008


 

Geachte relatie,

‘Praatjes vullen geen gaatjes’. In deze nieuwsbrief bespreken we enkele thema’s waarover al heel lang gesproken en geschreven wordt, maar waar geen of weinig voortgang of verandering te constateren is. Er zijn voorbeelden genoeg. Zowel de infrastructuur, overnames als financiering komen in deze nieuwsbrief aan bod, maar ook falende managers worden niet gespaard.

Natuurlijk zijn er ook voorbeelden te noemen van ‘Geen woorden, maar daden’ zoals de geruisloze ontwikkelingen op het gebied van ZZP’ers.

In deze nieuwsbrief vindt u de volgende artikelen:

Met bovenstaande onderwerpen willen wij u inspireren om met betere ideeën te komen dan tot nu toe aangedragen zijn.

Wij wensen u een prettige vakantie.

Heeft u vragen over bovenstaande onderwerpen of suggesties voor onze nieuwsbrief? Wilt u een relatie of bekende aanmelden of zich afmelden voor deze nieuwsbrief? Bent u in het bezit van een persoonlijk e-mailadres in plaats van een postadres? Laat het ons weten via boodt@boodt.com of bel naar 078 69 909 75.

Met vriendelijke groet,

Kees Boodt


Overnames

Te koop

 

Gezocht

Zie de nieuwe site www.bedrijfsovernameplein.nl voor enkele profielen van bovenstaande bedrijven. Helaas kunt u niet meer zoeken op profielen per bemiddelaar.


Financieel Nederland moet voort

Holland Financial Centre (HFC) presenteerde op 10 april jl. zijn plannen voor de toekomst. “De zaak is natuurlijk urgent, want het gaat niet goed”, stelt HFC-voorzitter Arthur Docters van Leeuwen. De Nederlandse financiële sector groeit wel, gemiddeld met een respectabele 7% per jaar, maar groeit niet hard genoeg. Wereldwijd lag die groei het afgelopen decennium rond de 9% per jaar. In Europa laten landen als Luxemburg (16%) en Ierland (20%) nog veel snellere stijgingen zien. Nederland verliest dus terrein in de financiële wereld. Dat tij moet gekeerd worden, zegt de sector, sinds vorig jaar verenigd in het Holland Financial Centre. De sleutel daartoe is, zoals Luxemburg en Ierland al eerder inzagen, specialisatie op gebieden waar Nederland al een sterke positie inneemt en die als gevolg van de globalisering de komende jaren een bovengemiddelde groei gaan doormaken.

Na een half jaar broeden presenteerde het HFC een viertal speerpunten waarop de Nederlandse sector zich de komende jaren gaat richten:


Neem klachten buitenlanders serieus

Een land dat rijk wil zijn of blijven, hoeft niet per se de loper uit te leggen voor grote multinationals.

Wat hebben Denemarken, Singapore, Noorwegen en Canada met elkaar gemeen? Het zijn landen die weinig hoofdkantoren van grote bedrijven binnen hun grenzen hebben, maar toch rijk en welvarend zijn. Een land dat rijk wil zijn of blijven, hoeft niet per se de loper uit te leggen voor grote multinationals.

Nederland hoort niet thuis in dat rijtje. Nederland is, afgezet tegen de omvang van land en bevolking, een hoofdkantorenspecialist: in 2006 hadden 16 van de 500 grootste ondernemingen hier hun hoofdkwartier. Nog eens 14 concerns uit die top-500 hebben hier hun Europese hoofdkantoor. Die 30 kantoren zijn goed voor circa 30.000 directe en 120.000 indirecte banen, blijkt uit een onderzoek van The Boston Consulting Group (BCG).

Actie

Om die positie te behouden, of zelfs te verbeteren, is actie nodig. De kans dat er nieuwe Nederlandse concerns ŕ la Shell en Akzo Nobel ontstaan, is miniem. Bovendien tasten overnames zoals die van ABN Amro, de positie van Nederland aan. Het is vooral zaak Europese hoofdkantoren van buitenlandse firma’s aan te trekken. Traditioneel ‘doet’ Nederland het op die markt best goed. Aziatische bedrijven, met name Japanse, hebben Nederland tot nu toe weten te vinden. Maar dat is geen garantie voor toekomstig succes.

Opvallend is dat de buitenlandse bedrijven niet of nauwelijks klagen over de hoogte van de belastingen en de discussies over de salariëring van topmannen. Meer dan Nederlanders, beseffen expats dat het verkeer óók in Parijs, Londen, Sjanghai en Tokio weleens vaststaat.

Klachten van buitenlanders hebben betrekking op de wachtlijsten in de zorg, de kinderopvang, het gebrek aan internationale scholen, de woningmarkt, de vervuiling én de lange en onsympathiek overkomende immigratieprocedures. Volgens BCG speelt juist dit soort factoren, samen te vatten onder het begrip ‘leefbaarheid’, een steeds belangrijker rol als bedrijven moeten beslissen wáár zij hun Europese hoofdkantoor vestigen. Die kantoren worden bevolkt door hoog opgeleid, veeleisend personeel dat geen zin heeft om een klein huis in een vieze straat te bewonen.

Eisen

Moeten Nederland en Amsterdam die klachten serieus nemen? Jawel. De eisen zijn niet buitensporig. Een werknemer van Shell die in het buitenland gaat werken, wil óók dat er een goede school is voor zijn kinderen en de economische voordelen zijn evident.

Bovendien geldt dat adel verplicht. Amsterdam is erin geslaagd de besliscentra van Philips, Ahold en Akzo Nobel naar zich toe te trekken. Met een paar Europese hoofdkantoren van buitenlandse bedrijven erbij, wordt de stad er voor andere bedrijven alleen maar aantrekkelijker op! Met zijn grachten, zijn cultuur, zijn sfeer, zijn internationaal georiënteerde, meertalige, zelden stakende bevolking, zijn hoofdkantoren én met Schiphol heeft de stad bovendien al een uitstekende basis.


VEB presenteert overnamecode

Recente overnameperikelen, zoals rond ABN Amro en Stork, hebben duidelijk gemaakt dat in Nederland nog veel te verbeteren valt aan het overnameproces. Hierbij valt tevens op dat de Nederlandse corporate governance code (code Tabaksblat) momenteel nauwelijks tot geen houvast biedt bij overnamesituaties. Er is dus nog veel te winnen op dit gebied. De VEB stelt een aanvullende code voor die - in aanvulling op de wettelijke regels en de code Tabaksblat - het overnameproces beter regelt.

Tien overnamegeboden

  1. De vennootschap weerhoudt zich van het frustreren van overnamebiedingen.
  2. De vennootschap dient tot het sluiten van de aanmeldingstermijn open te blijven staan voor alle reële alternatieven voor een lopend bod.
  3. Aandeelhouders dienen alle relevante informatie te krijgen om zich een oordeel te kunnen vormen over de vraag of ze hun aandelen aanbieden.
  4. Ingewonnen advies omtrent de waarde van de onderneming dient geheel onafhankelijk te zijn en dient in het biedingsbericht uitgebreid en gekwantificeerd te worden weergegeven.
  5. Een overnameovereenkomst dient onverwijld en volledig gepubliceerd te worden.
  6. Alle belangenverstrengeling, dan wel de schijn van belangenverstrengeling dient te worden vermeden.
  7. Aandeelhouders moeten geheel vrij kunnen beoordelen of ze een bod al dan niet accepteren. Minderheidsaandeelhouders dienen daarom ook na een overname op adequate wijze te worden beschermd.
  8. Speciale overnamebonussen en change of control clausules dienen vooraf te zijn goedgekeurd door de aandeelhoudersvergadering. Ook de vroegtijdige afwikkeling van lange termijn regelingen bij overnames vereist specifieke goedkeuring door de aandeelhoudersvergadering.
  9. Om het biedingsproces niet onnodig te verlengen wordt in Nederland een ‘put up or shut up’ regel ingevoerd en de mogelijkheid tot veiling.
  10. Overnemende partijen dienen hun aandeelhouders op een uniforme en adequate wijze te informeren over een (potentiële) aankoop.

Bij het tiende overnamegebod is er een minimumniveau van transparantie:


Durfkapitalisme aan banden

Het CDA wil het voor activistische aandeelhouders moeilijker maken om in Nederland hun slag te slaan. Nu kunnen durfkapitalisten bedrijven onder druk zetten om onderdelen te verkopen of zich op te splitsen. Daarna gaan ze er snel met de winst vandoor. Fractievoorzitter Van Geel noemt ABN AMRO en Stork als voorbeelden.

Hij wil aanscherping van de regels. Alle aandeelhouders zeggen wie ze zijn en wat hun doel is en bij overnames zou een afkoelingstermijn van een half jaar moeten gelden. Van Geel wil zo "korte termijn successen van mannen van de Kaaimaneilanden" tegengaan, meldt de NOS.

Commentaar: wat zou het plezierig zijn als iedereen zijn eigen werk deed. Een dergelijke interventie lijkt niet gewenst, omdat de genoemde cases voorbeelden zijn van slecht bestuurde ondernemingen waarbij de aandeelhouders onvoldoende de verantwoordelijkheden van de commissarissen benoemd hebben. Van Geel kan zich beter concentreren op het terugdringen van de administratieve lasten en de ambtenarij in plaats van zich toeleggen op Chávez-achtige maatregelen.

Bronnen: De Telegraaf, Algemeen Dagblad (AD) en Volkskrant van 22 april jl.


Bestuurders luisteren vooral naar zichzelf

Bestuursvoorzitters laten zich eerder leiden door persoonlijke voorkeuren dan door rationele argumenten. Dit concluderen Edwin Kaats en Wilfrid Opheij in hun onlangs verschenen proefschrift over de rol van bestuurders binnen bedrijfssamenwerkings- verbanden.

Op basis van meer dan vijftig gesprekken met bestuursvoorzitters uit onder meer de zorg, de bouw en de overheid, stellen de onderzoekers dat rationele argumenten uiteindelijk slechts in 15 procent van de beslissingen de doorslag geven.

“Voor toezichthouders is het zaak om op te letten waarop bestuurders hun plannen baseren. Hoewel ze hun ideeën altijd brengen als de beste oplossing voor hun bedrijf, spelen persoonlijk belang en emoties een opvallend grote rol”, aldus Opheij in een toelichting.


Commissie Elverding: Besluitvorming infrastructurele projecten kan beter en sneller

De besluitvorming rondom infrastructurele projecten kan worden ingekort tot de helft van de tijd. Dit is de belangrijkste conclusie uit het vandaag aan de ministers Camiel Eurlings van Verkeer en Waterstaat (VenW) en Jacqueline Cramer van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) aangeboden rapport ‘Sneller en Beter’ van de Commissie Elverding.

De versnelling kan volgens de commissie alleen worden behaald als de aanbevelingen uit het rapport allemaal worden uitgevoerd. Een belangrijk advies is te gaan werken met een brede verkenningsfase waarin bewoners, decentrale overheden en milieuorganisaties eerder en ruim betrokken zijn en er sprake is van een gebiedswijze benadering en heldere tijdafspraken. De commissie stelt ook verbeteringen voor in de ambtelijke voorbereiding en bestuurscultuur. De commissie adviseert daarnaast onder andere de introductie van een opleveringstoets, waarbij na de realisatie van de infrastructuur feitelijk wordt gemeten of de milieunormen worden gehaald. Ook ziet de commissie een aantal specifieke juridische knelpunten die een voortvarende aanpak verdienen.

Bron: http://www.verkeerenwaterstaat.nl/Images/webversieRapportelverdingsnijtekenstijd1146_tcm195-219331.pdf 


Ondernemers positief over infra rapport

Ondernemend Nederland oordeelde 21 april jl. positief over het rapport voor de versnelde aanleg van wegen en woonwijken. Dat bleek uit de reacties van VNO-NCW, Bouwend Nederland, Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV) en MKB-Nederland. “Op deze manier kan het moeras waarin de Nederlandse infrastructuur terecht is gekomen, worden drooggelegd”, menen VNO-NCW en MKB-Nederland. Deze organisaties zijn net als Bouwend Nederland positief over de verwachting van de commissie Elverding dat de besluitvorming voor de aanleg van infrastructuur kan worden gehalveerd.

KNV verwacht ook heil van een bonusregeling voor ambtenaren bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. “Als infrastructuur versneld wordt aangelegd, ontvangen de ambtenaren van dit ministerie een flexibele beloning: de bereikbaarheidsbonus. Dit kan helpen om Nederland weer snel bereikbaar te krijgen en de concurrentiepositie te verbeteren.”

Schade ruim 1 miljard De belangenorganisatie van de vervoersbranche stelt dat de files de Nederlandse samenleving jaarlijks naar schatting ruim 1 miljard euro kosten. “De Rotterdamse haven verliest al jarenlang marktaandeel aan andere Europese havens en het internationaal wegvervoer wordt in toenemende mate gedomineerd door andere landen. Hiermee is het milieu niet gebaat.”

De ondernemers- en werkgeversorganisaties hopen dat het kabinet de belangrijkste knelpunten in het snelwegennetwerk nu snel aan gaat pakken. Bron: zibb.nl Auto nieuws


Heilstaat Nederland

Massaal treedt in Nederland de hoog opgeleide professional uit loondienst om als zelfstandige (ZZP'er) een eigen nering te beheren. Dat had Karl Marx niet voorzien.

Arbeid en kapitaal, ze staan al anderhalve eeuw tegenover elkaar. Het begon toen Karl Marx in een Brussels café aan de Grote Markt – let op die naam! – enkele theorieën lanceerde over een dialectische strijd tussen het grootkapitaal en de nijvere arbeider, die na een flinke revolutie zou culmineren in een eeuwig, vredig arbeidersparadijs.

Dat is de theorie. Wat Marx niet geheel heeft voorzien, is dat zijn heilstaat enkele kilometers naar het noorden op totaal andere wijze tot stand lijkt te komen. Want massaal treedt in Nederland die andere soort proletariër, de hoog opgeleide professional, uit loondienst om als zelfstandige een eigen nering te beheren.

Revolutie

Ons land telt inmiddels al 1 miljoen ZZP’ers en daarmee kunnen we spreken van een ware revolutie. Die groeiende groep zelfstandigen deelt de eigen tijden in, werkt met plezier en hoeft niet aan bovengeschikte te rapporteren.

ZZP’ers hebben geen boodschap aan CAO’s, laat staan aan personal development plans of prestatiebonussen. Voor de Nieuwe Zelfstandige geldt: zijn arbeid is zijn kapitaal. Vrijer kun je nauwelijks werken. Wat zou Marx nog meer gewild hebben?

Toch laat Den Haag zich gijzelen door het achterhaalde arbeidkapitaal schisma. Het was week 17 tot PvdA-fractievoorzitter benoemde Mariëtte Hamer, die in februari de plannen van Minister Piet Hein Donner voor versoepeling van het ontslagrecht torpedeerde. Niet dat een soepel ontslagrecht op tijd komt om de uitstroom van zelfstandigen in te dammen, ook Donner loopt achter de feiten aan, maar het toont aan dat wat betreft arbeidsverhoudingen Hamer niet minder dan anderhalve eeuw te laat geboren is. Wij wensen PvdA-leider Wouter Bos veel sterkte.


Industrie, een wereld van oplossingen, maar voor wie?

Minister Maria van der Hoeven heeft op 14 mei jl. in een industrieel gebouw met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven van gedachten gewisseld.

Math de Vaan heeft als aanjager stellingen gepresenteerd waarover gestemd is. De stellingen zijn gebaseerd op een door hem uitgevoerde consultatie. Het is prijzenswaardig dat en dergelijk initiatief wordt ondernomen, maar helaas komt het MKB niet voldoende aan bod en zijn zij in deze sessie ook onvoldoende vertegenwoordigt. Jammer, want nu is er een belangrijke kans gemist!


Technologie komt kapitaal tekort

Voldoende plannen, maar banken zijn niet scheutig met kredieten. Het ontbreekt de technologische industrie aan kapitaal om te innoveren. De nood is hoog, zegt ondernemersorganisatie na onderzoek.

Ruim een miljard euro heeft het midden- en kleinbedrijf in de technologische industrie nodig om producten en processen te vernieuwen. Maar banken zijn niet zo scheutig met kredieten voor wat ze zien als risicovolle projecten, blijkt uit onderzoek van ondernemersorganisatie FME.

Het gebrek aan kapitaal begint steeds meer te knellen, zegt Geert Huizinga, hoofd technologie en innovatie bij FME. Twee op de drie ondernemers ervaren dit als een probleem om verder te innoveren. “Het blijkt dat er genoeg plannen liggen. Ondernemers kunnen ze onvoldoende uitvoeren. De zo gewenste groei van de productiviteit stagneert.”

Innovaties zijn onontbeerlijk in een sector die zich in de afgelopen vijftien jaar heeft ontwikkeld tot een hightech industrie die te maken heeft met scherpe concurrentie. Huizinga: “De bedrijven zijn steeds meer actief in gespecialiseerde niches op de internationale markt. Ze moeten een voortdurende vernieuwingsslag maken. Er worden speciaal voor klanten producten ontwikkeld en geproduceerd. Serieproductie is grotendeels verdwenen.”

Veel bedrijven geven het belang aan van investeringen in robotisering, informatietechnologie en automatisering. “Dat is niet om werknemers uit te stoten”, benadrukt Huizinga. De maakindustrie kampt juist met personeelskrapte. Ze verkeert in een complex proces van ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, organisatievernieuwing en technologische investeringen om de productiviteit te verhogen. “Innovaties stellen andere eisen aan personeel, je moet andere kennis en vaardigheden in huis halen. Het is dus logisch dat 65 procent van de bedrijven ook investeren in personeel heel belangrijk vindt, en het op een hoger niveau brengen van hun medewerkers.”

FME ijvert voor een speciaal alomvattend actieprogramma van vijf jaar dat de innovatie in de stimuleert. Behalve bedrijven, brancheorganisaties en kennisinstellingen zou daarin de overheid moeten participeren. Het innovatieplatform onder leiding van premier Balkenende zet te weinig zoden aan de dijk. “Economische Zaken erkent dat de productiviteit omhoog moet, vervolgens gebeurt er niets”, stelt Huizinga. Er is een kredietregeling in de maak om risicovolle projecten te financieren, maar de beschikbare 25 miljoen lijkt volstrekt onvoldoende. Blijft het bij dit bedrag, dan is de voorziening binnen de kortste keren uitgeput, voorziet de beleidsmedewerker.

Huizinga hoopt ook dat banken “de handschoen oppakken”. Gezien de grote behoefte aan kapitaal van de industrie, laten ze volgens hem kansen liggen. Ondernemers klagen erover dat de financiële instellingen terughoudend zijn en weinig kennis over de sector hebben. Door de kredietcrisis worden ze nog terughoudender, vreest hij. “Daarmee komen we in een spagaat. Terwijl iedereen – banken, bedrijven, werknemers en economie – hiervan zou profiteren.”

Bron: Trouw 19 mei jl.


Berenschot en NCD: Systematisch vluchtgedrag leidinggevenden

Leidinggevende managers vertonen systematisch vluchtgedrag. Zij ontlopen lastige verantwoordelijkheden. Er is sprake van managerial no go area’s. De doelstellingen van de organisatie worden daarbij ondergeschikt gemaakt aan die van de manager. Dat is een van de uitkomsten van een groot onderzoek van adviesbureau Berenschot en het Nederlands Centrum van Directeuren en Commissarisen (NCD) onder ruim 700 NCD-leden. Het onderzoek wordt vandaag in het boek ‘Managers zijn struisvogels’ gepresenteerd.

De term managerial no go area (MNGA) is afkomstig van Berenschot-directievoorzitter Theo Camps (tevens hoogleraar Organisatie en Bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg). Hij produceerde het onderzoek en boek samen met Janka Stoker (Berenschot, bijzonder hoogleraar Leiderschap en Organisatieverandering aan de Rijksuniversiteit Groningen) en marktonderzoeker Bert Jurgens van Bureau Geerts & Jurgens. Ruim 700 NCD-leden deden mee aan de via internet gehouden enquęte, die uniek onderzoeksmateriaal opleverde. Uit het onderzoek komt naar voren dat iedere manager ervaring heeft met bijvoorbeeld het niet diep genoeg in de eigen organisatie durven kijken, het negeren van periodieke rapportages en onvoldoende interesse in klantrelaties. Bij één op de vijf managers leidt dit tot systematisch vermijdingsgedrag.

Van managers met een hoog vluchtgedrag delegeert 20 tot 25% regelmatig zaken waar hij zelf tegenop ziet. Managers die leidinggeven aan meer dan 200 medewerkers vertonen gemiddeld minder vluchtgedrag dan collega’s die kleinere organisaties aansturen. Opvallend is verder dat managers die één tot tien jaar ervaring als leidinggevende hebben in 25% van de gevallen een hoog vluchtgedrag vertonen, terwijl managers met méér dan tien jaar ervaring 12% scoren.

Volgens Theo Camps is bij systematisch vluchtgedrag ook de rol van toezichthouders in het geding: “Nog te vaak wordt de manager de kans geboden om door te gaan met een bestuurswijze die niet goed is voor de organisatie. In het ergste geval leidt dit ertoe dat aanvankelijk door hun toezichthouders bejubelde managers een organisatie naar de afgrond leiden.”

Om vluchtgedrag te voorkomen is het nodig dat organisaties leidinggevenden mede selecteren op hun vermogen om de dialoog met medewerkers en stakeholders aan te gaan. Verder is het te sterk sturen op resultaat – al dan niet gekoppeld aan individuele beloningen – doorgeschoten en moet een sterker accent worden gelegd op leiderschap waarbinnen normen en waarden een belangrijke plaats innemen.