NIEUWSBRIEF MEI 2011

 


 

Geachte relatie,

 

Steeds sneller en vaker treden er in de globale economie veranderingen op die nieuwe onzekerheden creeren, zo ook in het eerste kwartaal van 2011. Deze nieuwsbrief editie is dan ook gewijd aan ‘ondernemerschap’.

 

Aan bod komen de volgende onderwerpen:

Heeft u vragen over bovenstaande onderwerpen of suggesties voor onze nieuwsbrief? Wilt u een relatie of bekende aanmelden of zich afmelden voor deze nieuwsbrief? Bent u in het bezit van een persoonlijk e-mailadres in plaats van een postadres? Laat het ons weten via boodt@boodt.com of bel naar 078 69 909 75.

 

Met vriendelijke groet,

 

Kees Boodt

 


  

Bedrijfsprofielen van te verkopen bedrijven & gevraagde bedrijven

Voorheen was u gewend om in onze nieuwsbrief een overzicht te vinden van bedrijven, maar sinds onze nieuwe website live is, verwijzen we u graag naar www.boodt.com. Hierop vindt u uitgebreide & de meest recente informatie in de vorm van gedetailleerde bedrijfsprofielen over zowel te koop aangeboden bedrijven als gevraagde bedrijven.

 

 


 

Steeds meer mensen kiezen voor eigen onderneming 

Steeds meer mensen willen eigen baas worden. Als ze voor de keuze gesteld worden, verkiest ongeveer 40 procent van de Nederlanders het ondernemerschap boven een baan. Dat blijkt uit een onderzoek naar het Nederlandse ondernemingsklimaat in 2010, dat het CBS heeft gedaan in opdracht van minister Maxime Verhagen (Economische Zaken).

 

Bron: ANP

 



Opkomende economieën azen op westerse bedrijven

Een belangrijk motief voor investeerders uit opkomende economieën zoals China om westerse bedrijven te kopen is hun expertise. Met name in Brazilië, China en India bestaat de behoefte om van de kennis te profiteren die overnameprooien in Europa en de VS in huis hebben.

“De belangstelling vanuit opkomende landen voor Europese en Amerikaanse foodbedrijven neemt sterk toe”, merkt Jeroen van den Heuvel, die deel uitmaakte van een merger & acquisition team voor de Europese food- en agrisector van Rothschild/Rabobank International. Het team begeleidde overnames van onder meer Alpuro door Van Die, Best Brands door CSM en Femsa door Heineken. “Ze blaken van het zelfvertrouwen en hebben diepe zakken. Het zijn nog geen grote aantallen transacties, maar wel duidelijk meer dan drie jaar geleden”, meent Van den Heuvel.

 

De motieven voor de overnames zijn divers. Zo hebben Chinezen het voornamelijk gemunt op productietechnieken, marketingkennis of het in huis halen van westerse merken. Japanse en Koreaanse bedrijven richten zich veel meer op het betreden van de wersterse markten. De BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India en China) kenden vorig jaar 65% meer fusies en overnames dan het jaar ervoor en hun aandeel in het wereldvolume van fusies en overnames steeg in vijf jaar van 5% naar 15%.

Bron: Het Financieele Dagblad

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 




 

Investeerders durven directies niet te beoordelen

Investeerders durven directies bij een eventuele overname niet te laten toetsen door een extern bureau. De investeerders vrezen voor het niet doorgaan van de transactie als er gekozen wordt voor een assessment of een formele beoordeling van de directieleden van het familiebedrijf of een concerndochter.

 

De Private Equity Survey 2011 ‘Success of portfolio companies through quality of management and organization’ uitgevoerd door de adviesbureaus Ebbinge en Hay onder 51 Nederlandse private-equityhuizen heeft dit aangetoond. De 51 huizen nemen zelf in zo`n 650 bedrijven deel. Volgens de onderzoekers is het afzien van een procedure voor een directietoets erg opvallend. Investeerders zijn voor hun rendement immers sterk afhankelijk van de kwaliteit van de bedrijfsleiding. Het is ook een probleem dat vooral in Nederland speelt.

 

In Angelsaksische landen hebben ze minder problemen met een toetsing. In Nederland is 75% van de investeerders echter terughoudend. In plaats van een toetsing van de directie wordt daarom vaker gebruikgemaakt van het doorlichten van de onderneming op de financiële en juridische aspecten. Door het management niet in het onderzoek mee te nemen, snijden veel investeerders zich in de vingers. In 20% van de gevallen moet later een manager verdwijnen vanwege disfunctioneren.

 

Bron: Het Financieele Dagblad

 


 

Hoe gaat het met het ondernemerschap in Nederland?

Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) en het Amsterdam Center of Enterpreneurship (ACE) organiseerden donderdag 28 april jl. een event over ondernemerschap in Nederland. Tijdens deze bijeenkomst, onder voorzitterschap rasondernemer Arko van Brakel, bespraken ondernemers, wetenschappers, beleidsmakers en minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie tijdens het debat ‘De Stand van het Land: jong, innovatief en ambitieus ondernemerschap in Nederland’ het ondernemersklimaat in Nederland.

Minister Verhagen van EL&I presenteerde de plannen van het kabinet om ondernemerschap verder te stimuleren. Twee economen van de London School of Economics, Zoltan Acs en Saul Estrin, presenteerden op hun beurt de resultaten van hun onderzoek naar het Nederlandse ondernemersklimaat. Daarnaast waren er presentaties over onder andere etnisch ondernemen en slim netwerken. Afsluitend werd er in een panel gediscussieerd over de vraag hoe het ondernemersklimaat in Nederland verder verbeterd kan worden.

Kabinetsbeleid

Het kabinet kiest voor negen sectoren waar Nederland door zijn ligging en geschiedenis sterk in is: water, agrofood, tuinbouw, high-tech, life sciences, chemie, energie, logistiek en creatieve industrie. In de eerste plaats worden bestuurlijke knelpunten aangepakt, zoals de verbetering van het vakonderwijs, het wegnemen van handelsbelemmeringen, versterking van de infrastructuur, het afschaffen van onnodige regels en een soepeler instroom van kenniswerkers.

In de tweede plaats wordt over de gehele breedte van de rijksbegroting, inclusief bestaande middelen van het TNO en het NWO, 1,5 miljard euro gericht op de negen topsectoren. Door de keuze van een beperkt aantal sectoren, ontstaan er krachtigere onderzoeksinstellingen, die aantrekkelijker zijn voor wetenschappers en bedrijven uit binnen- en buitenland. De 1,5 miljard euro wordt in samenspraak met ondernemers en onderzoekers uit de topsectoren geïnvesteerd. Het resultaat zal zijn dat kennis sneller wordt omgezet in vernieuwende producten en diensten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Belastingvoordeel en durfkapitaal

In plaats van het woud van bestaande subsidieregelingen kunnen alle bedrijven, binnen en buiten de topsectoren, een belastingvoordeel tegemoet zien van circa 500 miljoen euro. Daarvan profiteren vooral kleine, innovatieve bedrijven, die voorheen de weg kwijt raakten in het woud van ingewikkelde regelingen.

Het kabinet gaat meer gebruik maken van durfkapitaal. Er wordt een innovatiefonds ingesteld van enkele honderden miljoenen euro's, waaruit leningen worden versterkt, garanties worden gegeven en participaties worden aangegaan. Dat legt de verantwoordelijkheid voor innovatief ondernemen waar die hoort: bij de ondernemers.

 

Meer geregeld, minder regels

De regeldruk voor ondernemers gaat fors omlaag: in 2012 een reductie van 10 procent, en na 2012 jaarlijks met 5 procent. Zo vervalt verplichte minimumkapitaal van 18.000 euro voor het starten van een BV. De heffing voor de Kamers van Koophandel gaat fors omlaag. Bedrijven hoeven nog maar één keer hun gegevens te verstrekken aan de overheid. Het loonstrookje wordt sterk vereenvoudigd. Er komt een eind aan onredelijke eisen voor het midden- en kleinbedrijf en zelfstandige ondernemers bij aanbestedingen door de overheid.

 

Snelgroeiende innovatieve ondernemingen

Snelgroeiende innovatieve ondernemingen leveren een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van de Nederlandse economie. Deze ondernemingen zijn vaak aangewezen op externe financiering. Vooral voor jonge innovatieve ondernemingen is het relatief moeilijk om privaat kapitaal aan te trekken. Gegeven het groeiende belang van snelgroeiende innovatieve ondernemingen voor de economie en in het licht van de recente financiële en economische crisis heeft de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT) gevraagd om advies uit te brengen over de vraag: Hoe kan de toegang tot privaat (risico) kapitaal voor (snelgroeiende) innovatieve ondernemingen verbeterd worden?

 

Het probleem: de ‘vallei des doods’

Ondernemingen kunnen voor privaat kapitaal terecht bij banken voor kredieten (zijn er

voldoende zekerheden?) of bij durfinvesteerders voor risicokapitaal (is er voldoende groei, is het risico transparant en is er een exit). De financieringsproblemen van ondernemingen blijken het grootst in de zogenaamde ‘vallei des doods’, de fase na de start van de onderneming en voor de commercialisering, als de markt betreden wordt. Hier is de behoefte aan externe financiering het grootst en de beschikbaarheid van privaat kapitaal het laagst: de zogenaamde ‘equity gap’.

 

Huidig overheidsbeleid

Vanwege positieve externe effecten van innovatie en groei, en omdat de kapitaalmarkt kan falen als gevolg van informatieasymmetrie tussen investeerder en onderneming, heeft de overheid een legitieme rol om de toegang tot kapitaal te verbeteren voor ondernemingen die willen innoveren en groeien. De raad heeft een overzicht gemaakt van ongeveer 25 instrumenten die de overheid momenteel inzet om de toegang tot kapitaal te verbeteren. Het huidige kapitaalmarktbeleid sluit goed aan bij de werking van de kapitaalmarkt, richt zich op bovengenoemde problemen en is bewezen effectief.

 

Aanbevelingen AWT

1. Continueer en versterk het huidige beleid

Het huidige beleid is in de aard goed en wordt gewaardeerd door zowel banken, durfinvesteerders als ondernemers. Continueer daarom het huidige beleid, met de volgende versterkingen:

 

Communiceer nóg beter

Verruim limieten van de TechnoPartner SEED fondsen waar nodig

Laat de ROM’s (Regionale OntwikkelingsMaatschappij) meer samenwerken

2. Verhoog het budget van het Innovatiekrediet

Verhoog het budget van het Innovatiekrediet. Het Innovatiekrediet zorgt ervoor dat de risico/rendement verhouding verbetert. Er is momenteel onvoldoende budget om alle goede voorstellen te honoreren. Dit instrument past in de filosofie van het ‘revolving fund’.

 

3. Verbeter het investeringsklimaat voor latere-fase venture capital

Verbeter het investeringsklimaat voor latere-fase venture capital (risicokapitaal dat zich richt op investeringen aan het eind of direct na de ‘vallei des doods’). Hierdoor ontstaan meer exit-mogelijkheden voor vroege-fase investeringen. Een aantal landen om ons heen heeft hiervoor recentelijk een dakfonds opgericht: een groot fonds dat investeert in kleinere gespecialiseerde fondsen van durfinvesteerders. In deze landen gebeurt dit via een samenwerking tussen nationale overheden, het Europees Investeringsfonds (EIF) en private partijen (zoals pensioenfondsen). Richt ook in Nederland een dakfonds op, met commitment van private partijen. Laat het dakfonds marktconform werken en hanteer een internationaal perspectief. De laatste aanbevelingen zijn zowel voor de minister van Economische Zaken,

Landbouw en Innovatie als voor andere ministers die verantwoordelijk zijn voor het

inkoopbeleid van de overheid.

 

4. Maak meer gebruik van Small Business Innovation Research Programma (SBIR)

De SBIR programma’s helpen ondernemingen om ‘investment ready’ te worden. Het budget is in Nederland nog bescheiden, zeker in vergelijking met de Verenigde Staten. Maak meer gebruik van dit instrument.

 

5. Intensiveer de rol van de overheid als launching customer

Voor banken en durfinvesteerders is een eerste klant vaak een vereiste om te

investeren. De potentie van SBIR wordt verder vergroot als de overheid actiever wordt als launching customer. Intensiveer deze rol.

 

Primaire uitdaging: meer ondernemers met groeiambitie

De raad benadrukt dat om de beleidsdoelstellingen ten aanzien van innovatie en groei te realiseren meer nodig is dan het verbeteren van de toegang tot kapitaal voor ondernemingen die willen groeien. We hebben in Nederland vooral ook meer van deze ondernemers met groeiambitie nodig. Hier liggen kapitale kansen en dus een belangrijke uitdaging voor de overheid.

 

Ook volgens de internationaal vergelijkende studie welke is samengesteld door onderzoekers Zoltan Acs en László Szerb van de London School of Economics zijn Nederlandse ondernemers in vergelijking met hun collega's in het buitenland weinig ambitieus en innovatief. Ook worden Nederlandse studenten niet genoeg gestimuleerd om te kiezen voor het ondernemerschap. Toch staat ons land relatief hoog op een internationale ondernemersranglijst die donderdag 28 april werd gepresenteerd. Van de 71 landen in de index neemt Nederland de tiende positie in.

In de studie, samengesteld door Zoltan Acs en László Szerb komt Denemarken als beste uit de bus, op de voet gevolgd door Canada en de Verenigde Staten. Nederland scoort vooral hoog op het punt ondernemersklimaat. Maar ondanks de vele initiatieven vanuit de overheid om ondernemen te stimuleren, innoveren ondernemers in ons land maar mondjesmaat, aldus de wetenschappers. En dat zet weer een rem op de groei van ondernemingen.

''Er is nog een wereld te winnen'', stelt minister Maxime Verhagen van Economische Zaken in een reactie op het onderzoek. De minister wil meer aandacht voor ondernemerschap in het onderwijs. Ook wil hij ervoor zorgen dat academische kennis beter benut wordt door nieuwe en bestaande bedrijven. ''Nederland doet het steeds beter op het aantal universitaire spin-offs, maar ook hier geldt dat ze vaak te lang te klein blijven.''

De minister pleit voor een mentaliteitsverandering bij ondernemers. Het kabinet zorgt al voor meer durfkapitaal voor startende ondernemers, maar starters zouden ook vaker moeten aankloppen bij informele investeerders, omdat zij naast financiering ook over kennis en netwerken beschikken, die wederom prikkels kunnen geven om verder te groeien. Verhagen roept de toonaangevende sectoren op om met concrete voorstellen hiertoe te komen.

 

Etnische ondernemerschap 2.0

De tweede generatie, vooral Turkse, ondernemers zijn sterk verschoven van geringe toegevoegde waarde, laagdrempelige markten, weinig professioneel, negatieve motieven naar veel toegevoegde waarde, professioneel, winstgevend, positieve inspiratie en inspelend op kansen.

 

Gebrek aan makelaars tussen ondernemers en kapitaal

Volgens het onderzoek van Zoltan Acs en Saul Estrin is er niet alleen een gebrek aan ondernemers met groeiambitie en aspiraties, maar zeker ook aan makelaars tussen de groeiers en de investeerders. Uiteraard is Boodt Management Deelneming BV graag bereid deze rol voor ondernemers, of investeerders in te vullen.